Premier Rutte heeft laten weten dat hij in de aanloop naar het referendum over het Oekraïens associatieverdrag voluit campagne gaat voeren voor een JA.

Rutte Juncker Timmermans

Tijdens de feestelijke opening van het Nederlands EU voorzitterschap zei Rutte: “Ik ga de straat op en uitleggen aan het publiek waarom wij dit akkoord hebben ondertekend. We zijn een handelsnatie en leven dankzij vrijhandelsakkoorden. Oekraïne is hier een goed voorbeeld van. Mensen die ‘nee’ willen stemmen denken dat het associatieverdrag met Oekraïne een eerste stap op weg naar het EU-lidmaatschap is. Het heeft niets te maken met de toetreding”.

Maar wat is nu eigenlijk het grote verschil tussen een associatieverdrag en een vrijhandelsakkoord? Het vrijhandelsakkoord, ofwel de Deep and Comprehensive Free Trade Area (DCFTA), is op 1 januari ingegaan. Europa en Oekraïne zijn hiermee een verbintenis aangegaan voor een diepgaande economische samenwerking waarin Europese bedrijven en banken toegang krijgen tot de Oekraïense markt en vice versa. Importtarieven en andere handelsbarrières worden opgeheven. Wat de DCFTA niet regelt en het associatieverdrag wel is het afschaffen van de visumplicht voor Oekraïners. Ook zorgt dit verdrag voor meer samenwerking op het gebied van veiligheid en defensie en voor meer integratie met de EU. Oekraïne verplicht zich om haar economie en regelgeving om te vormen naar Europese standaarden, een soort verkapte toetreding dus. De Russen zijn er niet blij mee.

Het gaat de belastingbetaler hoe dan ook geld kosten. Beloofd wordt dat dit dan wel weer geld in het laatje brengt van het bedrijfsleven, iemand moet er tenslotte beter van worden, nietwaar? De Europese Commissie en de Europese Investeringsbank (EIB) hebben een programma opgetrokken om het Oekraïense midden en kleinbedrijf de komende jaren te subsidiëren en te financieren. Een bijdrage van tenminste 100 miljoen Euro komt uit de Brusselse schatkist.

Op dit moment liggen er nog een paar andere ingrijpende handelsverdragen op tafel die extreem veel macht overdragen naar het internationale bedrijfsleven. Deze verdragen worden voor het grootste deel geschreven door het bedrijfsleven zelf. Als ze straks zijn ondertekend worden regeringen buiten spel gezet. Allereerst is er het beruchte Transatlantic Trade and Investment Partnership (TTIP), een vrijhandelsakkoord met de Verenigde Staten dat momenteel afgerond wordt. Dan is er een soortgelijk verdrag met Canada, het Comprehensive Economic and Trade Agreement (CETA). Deze overeenkomst wordt nog dit jaar voorgelegd aan het Europees Nepparlement.

Mochten de twee bovengenoemde wurgverdragen om welke reden dan ook toch niet doorgaan dan werkt de Wereldhandelsorganisatie in het geheim aan een akkoord dat via de achterdeur alsnog in uw rectum geschoven kan worden. Het Trade In Services Agreement (TISA) gaat er voor zorgen dat naast het onderwijs en de politie ook ons drinkwater wordt geprivatiseerd. Er zullen nog heel veel referenda georganiseerd moeten worden. Maar of het zin heeft?

Lees: Naast TTIP is er nog iets veel duivelser in de maak, TISA

Advertenties